Gember is het best onderbouwd bij misselijkheid. Daar is serieus onderzoek naar gedaan, en de resultaten zijn consistent. Voor spijsvertering zijn er goede aanwijzingen. En voor de claim die je het vaakst op verpakkingen ziet, dat gember je weerstand verhoogt, is het bewijs er eigenlijk niet.
Hieronder waar gember écht voor deugt, wat erin zit, en hoeveel je ervan kunt hebben.
WAT ZIT ER EIGENLIJK IN GEMBER?
Gember is een wortelstok, geen wortel, en de scherpte komt van een handvol stoffen die je verder bijna nergens aantreft.
Gingerol is de belangrijkste. Deze bioactieve verbinding komt alleen in gember voor en is verantwoordelijk voor die frisse, licht bijtende smaak van verse gember. Gingerol wordt gekoppeld aan ontstekingsremmende en antioxidante werking, en aan het effect tegen misselijkheid.
Shogaol ontstaat uit gingerol zodra gember wordt verhit of gedroogd. Daarom smaakt gedroogde gemberpoeder anders dan verse: warmer, scherper, minder fris. Shogaol is doorgaans nog wat pittiger dan gingerol.
Bètacaroteen zit in de gele kleur. Het werkt als antioxidant en kan in het lichaam worden omgezet in vitamine A.
Deze stoffen worden al decennia onderzocht. Dat betekent niet dat elke claim die eromheen hangt klopt, en dat brengt ons bij het volgende stuk.

